Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Onder 5.26 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:758.

(12) Vernietiging op grond van art. 6:228 BW bespreek ik als laatste van de mogelijke vernietigingsgronden. Vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling is mogelijk wanneer het niet verschaffen van de wettelijk vereiste informatie heeft geleid tot een onjuiste voorstelling van zaken bij de consument en (voor de handelaar kenbaar) causaal is geweest voor het sluiten van de overeenkomst (art. 6:228 lid 1 onder b BW). Weliswaar hoeft de dwaling niet een belangrijk aspect van de overeenkomst te betreffen, maar wel moet aannemelijk zijn dat de consument in het concrete geval zonder de ontbrekende informatie de overeenkomst niet, dan wel niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten. Het causaliteitsvereiste wordt in verband met de niet-nakoming van de informatieplichten van de Richtlijn CR als een hoge drempel beschouwd. Hoewel dwaling in theorie ook niet-essentiële informatie zou kunnen betreffen, zal in de praktijk de gedachte aan een dwalingsberoep opkomen indien essentiële informatie niet is verschaft. Nu art. 6:193f lid 3 BW voor die gevallen reeds in een vernietigbaarheid voorziet, laat ik de dwaling verder onbesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0, en de alinea staat in dat document op bytes 124056 tot 125398.