Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021
Onder 5.27 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:758.
Ik vat samen. In specifieke gevallen kan aan vernietiging worden gedacht, met name in de door art. 6:230v lid 3 BW of door art. 3:39 BW in verbinding met art. 6:230v lid 6 BW geregelde gevallen. Voorts bestaat er in een deel van de literatuur aarzeling over een te gemakkelijke toepassing van art. 3:40 lid 2 BW. De literatuur lijkt de voorkeur te geven aan toepassing van art. 6:193j lid 3 BW. Te dien aanzien is er enige onzekerheid over de afbakening van wat als essentiële informatie moet worden beschouwd en vooral discussie over het bewijs van het causale verband tussen het ontbreken van deze informatie en het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter te Leeuwarden wijst op praktische belemmeringen voor de toepassing van een bewijsvermoeden in verstekzaken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0, en de alinea staat in dat document op bytes 125478 tot 126263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0 | shasum -a 256