Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Onder 7.52 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:758.

Naar mijn mening kan de hiervoor besproken vernietiging van de overeenkomst bij schending van de essentiële informatieplichten, voor zover passend en evenredig, worden gebaseerd op art. 3:40 lid 2 BW. Voor het overige kan worden geoordeeld dat de in art. 6:230m lid 1 BW genoemde informatieplichten niet de strekking hebben om de geldigheid van de rechtshandeling aan te tasten (art. 3:40 lid 3 BW). Door de vernietiging op de voet van art. 3:40 lid 2 BW aldus toe te snijden op bepaalde gevallen, wordt tegemoet gekomen aan de m.i. terechte kritiek in de literatuur dat toepassing van art. 3:40 BW bij elke schending van een in afd. 6.5.2B BW opgenomen informatieplicht te ver zou gaan. Door toepassing van art. 3:40 lid 2 BW te beperken tot bepaalde gevallen, is het naar mijn mening geen bezwaar meer dat art. 3:40 lid 2 BW geen causaliteitsvereiste kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c40e8a6fe9300346e0af7a4a97fb64d22daa759644cf6cc5625fbb78b04372f0, en de alinea staat in dat document op bytes 243656 tot 244529.