Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2021

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:772.

Zowel uit de tekst als de ratio van deze bepalingen vloeit voort dat bij het einde van het huwelijk aanwezig vermogen dat is gevormd uit door de echtgenoten tijdens het huwelijk overgespaard inkomen, dient te worden verrekend, ongeacht aan wie van de echtgenoten dat vermogen toebehoort en uit wiens overgespaarde inkomen dat vermogen is gevormd. De achterliggende gedachte is dat ieder van de echtgenoten na verrekening van hetgeen door hen tezamen is bespaard, zijn of haar aandeel daarin kan gebruiken voor de vorming en vermeerdering van het eigen vermogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cddcbdf6862c545fbcef66fd17d6d2e84a1918fbc1ba605d0d3009238b09e063. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cddcbdf6862c545fbcef66fd17d6d2e84a1918fbc1ba605d0d3009238b09e063, en de alinea staat in dat document op bytes 29207 tot 29845.