Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:783.

Dat feit zou ook tot het onwenselijke gevolg leiden dat het voor het bestuursorgaan nogal onaantrekkelijk kan worden om terug te komen van een besluiten waarvan het zelf vaststelt dat het onjuist is. Dat zou dan immers zonder meer alsnog tot een vergaande aansprakelijkheid kunnen leiden. Voor een belanghebbende is dat nadelig omdat het bestuursorgaan dan niet of minder bereid zal zijn van een besluit terug te komen, waarmee hij al voor een belangrijk deel geholpen is. Mij lijkt ook duidelijk dat bij de hiervoor in 3.9 genoemde regel niet zal zijn gedacht aan het nogal bijzondere geval dat onverplicht wordt teruggekomen van een reeds onherroepelijk besluit. Mijns inziens past het beter in het bestaande recht om aan te nemen dat die regel daarop in die zin niet van toepassing is dat een dergelijke vernietiging de mogelijkheid om een beroep te doen op de onherroepelijkheid en dus op de rechtmatigheid van het besluit onverlet laat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda, en de alinea staat in dat document op bytes 54348 tot 55303.