Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021
Onder 3.36 Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:783.
Begrijpelijkerwijs is de vraag gesteld of dit stelsel zich wel verdraagt met de onschuldpresumptie van art. 6 lid 2 EVRM, welke bepaling ook van toepassing is op de beboeting van verkeersovertredingen. Die vraag is ook nadrukkelijk namens [eiseres] in deze procedure aan de orde gesteld. De wetgever heeft deze vraag vooraf onder ogen gezien en bevestigend beantwoord, op basis van de toenmalige rechtspraak van het EHRM. Naderhand is deze vraag tot twee keer toe voorgelegd aan het EHRM en in beide gevallen heeft het EHRM het stelsel van de Wahv aanvaardbaar geoordeeld gelet op het daarmee gediende doel (van een efficiënte en effectieve handhaving van de verkeersregels) en de aan het stelsel gegeven uitwerking (van voldoende rechtsbescherming). In de eerste zaak (Falk vs Nederland) overwoog het hof onder meer:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda, en de alinea staat in dat document op bytes 87294 tot 88253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda | shasum -a 256