Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:783.

c. Tegen de oplegging van een sanctie kan degene tegen wie de beschikking is gericht, binnen zes weken beroep instellen bij de officier van justitie (artikel 6 Wahv jo. artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Een na deze zes weken ingediend beroepschrift zal niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 6:11 Awb). Tegen de beslissing van de officier van justitie kan ook weer binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de kantonrechter (artikel 9 Wahv jo. artikel 6:7 Awb) en ten slotte, tenzij de opgelegde sanctie niet meer bedraagt dan € 70,-, hoger beroep bij het gerechtshof (thans) Arnhem-Leeuwarden (artikel 14 Wahv). Uit de wetsgeschiedenis van de Wahv blijkt dat de officier van justitie en de rechter de bevoegdheid hebben om de beslissing tot oplegging van een boete respectievelijk de beslissing van de officier tot verwerping van het beroep, volledig te toetsen, dit met het oog op het bepaalde in artikel 6 EVRM (Tweede Kamer, 1987-1988, 20329, nr. 3 p. 16). Volgens vaste rechtspraak is de Wahv-procedure een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang en betekent dit dat indien deze rechtsgang niet of vergeefs is doorlopen, de civiele rechter van de juistheid van de opgelegde sanctie moet uitgaan.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1cf10d089168490d0062ac24b1836f9065e04605bd1845656a5c2f1fbaabcda, en de alinea staat in dat document op bytes 22536 tot 23867.