Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 2021

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 10 september 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:818.

Tegen deze achtergrond is voor de onderhavige zaak het volgende van belang. Het hof heeft zijn beslissing om de ingangsdatum te bepalen op de datum van de hofbeschikking gemotiveerd met het argument dat de procedure in eerste aanleg een lange behandelingsduur heeft gehad waardoor de man onevenredig wordt benadeeld aangezien hij door die zeer lange behandelingsduur achteraf wordt geconfronteerd met een aanzienlijke betalingsverplichting terwijl hij onvoldoende liquiditeiten heeft om aan die betalingsverplichting te voldoen. Dat de procedure in eerste aanleg lang heeft geduurd, is echter geen steekhoudend argument om de ingangsdatum te bepalen op de datum van de hofbeschikking. Hooguit zou dit een argument kunnen zijn, zoals ook de vrouw onderkent in haar verzoekschrift in cassatie (p. 9, eerste alinea), om de ingangsdatum niet te stellen op de datum van het inleidend verzoekschrift maar op de datum van de beschikking van de rechtbank. Dat is ook wat de man in zijn beroepschrift betoogde: voor zover er een alimentatieverplichting zou moeten worden opgelegd, dan dient deze primair in te gaan vanaf de datum dat hij al zijn schulden heeft afgelost en subsidiair vanaf de datum van de beschikking van de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dea013bba3e3df63c1ce79913c90de822061671a571ed65182f43a1ebd51b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dea013bba3e3df63c1ce79913c90de822061671a571ed65182f43a1ebd51b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 25551 tot 26854.