Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:866.
Wordt het door het onderdeel bestreden oordeel van het hof in rov. 3.7, eerste alinea, tweede zin bezien in de juiste context (ook) van die gehele eerste alinea van rov. 3.7, dan wordt eens temeer duidelijk dat het hof niet de door het onderdeel veronderstelde (onjuiste rechts)opvatting huldigt, maar oordeelt, kort gezegd, dat waar de belastingrechter in genoemd geval (dus waarin [eiseressen] binnen de daarvoor geldende termijnen op de voet van art. 7 lid 1, eerste volzin, Kostenwet rechtsmiddelen hadden aangewend tegen de in rekening gebrachte kosten en vervolgens beroep bij de belastingrechter hadden ingesteld) wel “ten volle” die toetsing had kunnen verrichten (dus of de Ontvanger overeenkomstig de wet en art. 75.7 Leidraad of in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijk bestuur tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten had moeten besluiten), in een geval als het onderhavige de burgerlijke rechter als restrechter zich bij de toetsing van de ambtshalve beslissing van de Ontvanger terughoudender dient op te stellen, deze niet-“ten volle” kan verrichten (aldus dat “[d]e burgerlijke rechter de Ontvanger daarentegen enkel [kan] verplichten tot ambtshalve vermindering van de in rekening gebrachte kosten, indien de beslissing de kosten niet te verminderen, mede in het licht van art. 75 lid 7 Leidraad Invordering, onmiskenbaar onjuist was”). Daarmee contrasteert het hof een “ten volle” toetsing (door de belastingrechter in genoemd geval) met een niet-“ten volle” toetsing (door de burgerlijke rechter in genoemd geval), zonder daarmee uit te sluiten dat in laatstgenoemd geval, met inachtneming dus van de door het hof in rov. 3.7, eerste alinea, derde zin bedoelde, aan die ‘kennelijk onjuist’-toets inherente beperking/begrenzing en daarbij te betrachten terughoudende opstelling (waarover nader onder 3.3 hiervoor), de burgerlijke rechter als restrechter - uiteraard ook met inachtneming van het partijdebat, waarover ook o.a. rov. 3.6 - (mede) acht heeft te slaan op die in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijk bestuur, wat tevens strookt met de “mede” in het licht van art. 75.7 Leidraad-verwijzing van het hof in rov. 3.7, eerste alinea, derde zin, hetgeen onderstreept dat het hof niet slechts, maar onder meer, die bepaling heeft betrokken in zijn beoordeling. Kortom, voor het door het onderdeel veronderstelde en bestreden oordeel van het hof in rov. 3.7, eerste alinea, tweede zin, dat blijk zou geven van een onjuiste rechtsopvatting, zie ik dus geen aanknopingspunt - daar noch elders in het arrest. Hieraan doet niet af het citaat in het onderdeel uit “de spreekaantekeningen zijdens [eiseressen] bij de rechtbank”. Deze passage heeft het hof, blijkens diens - op een geenszins onbegrijpelijke uitleg van de gedingstukken gebaseerde - weergave in rov. 3.6 van het door [eiseressen] aangevoerde, wel degelijk onderkend en betrokken in zijn beoordeling (en aldus ook, wat het onderdeel thans noemt, het ‘beginsel van de minste pijn’), maar niet prohibitief geacht voor de in rov. 3.7, tweede alinea, eerste zin bereikte slotsom. Dit klaarblijkelijk, en ten onrechte noch ontoereikend gemotiveerd (zie ook onder 3.5 hiervoor), omdat het daarin vervatte betoog niet eraan kan afdoen dat, naar volgt uit rov. 3.7, tweede alinea, slotzin in verbinding ook met art. 75.7 Leidraad, [eiseressen] volgens het hof ter zake niet, althans niet in de vereiste mate, in omstandigheden verkeerden die het hen feitelijk onmogelijk maakten om tijdig hun verplichtingen na te komen, zoals bedoeld in art. 75.7 Leidraad. Dit een en ander bevestigt trouwens ook nog eens het gemis aan feitelijke grondslag van het onderdeel, waarover hiervoor. Hierop stuit het onderdeel af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98, en de alinea staat in dat document op bytes 66919 tot 70994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98 | shasum -a 256