Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:866.
Het onderdeel faalt, gelet op het volgende. Ingevolge art. 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen (hierna: de Kostenwet ) worden voor de werkzaamheden van de Ontvanger en de belastingdeurwaarder kosten in rekening gebracht overeenkomstig het in die wet bepaalde, zulks in afwijking van de afdelingen 4.4.4 en 4.4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. De Kostenwet hanteert forfaitaire bedragen, die, kort gezegd, volgens de rechtspraak van (de belastingkamer van) de Hoge Raad ook in rekening gebracht mogen worden voor zover zij in het concrete geval meer bedragen dan de werkelijke kosten die aan het verrichten van de desbetreffende invorderingswerkzaamheden verbonden zijn en de rechter geen ruimte laten om de proportionaliteit ervan te toetsen. In de onderhavige zaak gaat het om art. 3 Kostenwet, dat in 2013 (het jaar waarin de dwangbevelen aan [eiseressen] werden betekend) bepaalde dat voor het betekenen van een dwangbevel verschuldigd was € 38,--, te verhogen met € 3,-- van elk geheel bedrag van € 45,-- waarmee de gevorderde som een bedrag van € 45,-- te boven ging, met een maximum van € 11.393,--. Dienovereenkomstig heeft de belastingdeurwaarder aan elk van de acht vennootschappen, die tezamen een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden en deswege elk hoofdelijk aansprakelijk waren voor de omzetbelastingschuld, het maximumbedrag in rekening gebracht. In enkele gevallen hanteert de Ontvanger - niettegenstaande het forfaitaire stelsel van de Kostenwet, en daarmee invulling gevend aan de op hem ingevolge art. 3:4 Awb rustende plicht om de betrokken belangen af te wegen en de nodige evenredigheid te betrachten - het beleid om geen vervolgingskosten in rekening te brengen of deze kosten niet verschuldigd te achten (art. 75.5 en 75.6 Leidraad). Dit geldt ook voor de kosten verbonden aan de werkzaamheden van de belastingdeurwaarder (art. 75 aanhef Leidraad). Het begunstigende beleid van de Ontvanger houdt voorts in dat hij ingevolge art. 75.11 Leidraad de betekeningskosten limiteert tot een bedrag van € 11.246,-- (in 2013), indien op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige dwangbevelen worden betekend en de betekeningskosten dat bedrag in totaal zouden overstijgen. Ten slotte geeft art. 75.7 Leidraad een beleidsregeling voor het geval waarin, kort gezegd, de belastingschuldige in betalingsonmacht heeft verkeerd én invordering van de vervolgingskosten in het gegeven geval onredelijk en onbillijk is:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98, en de alinea staat in dat document op bytes 31929 tot 35067.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98 | shasum -a 256