Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:866.

In de onderhavige zaak gaat het in het bijzonder om laatstgenoemde bepaling. Art. 7 lid 1 Kostenwet voorziet erin dat de belastingschuldige via een bestuursrechtelijke rechtsgang kan opkomen tegen de door de Ontvanger of de belastingdeurwaarder in rekening gebrachte vervolgingskosten. Indien - zoals in de onderhavige zaak - de belastingdeurwaarder een (of meerdere) dwangbevel(en) heeft betekend en daarbij kosten heeft berekend, kan de belastingschuldige ter zake administratief beroep instellen bij de Ontvanger en staat tegen de uitspraak van de Ontvanger beroep en hoger beroep open bij de belastingrechter en cassatie bij de belastingkamer van de Hoge Raad (art. 26, 27h en 28 Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR )). In de onderhavige zaak heeft, naar ’s hofs vaststelling in rov. 3.4 (in cassatie onbestreden), en kort gezegd, de Ontvanger in zijn brief aan [eiseressen] van 10 april 2017:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98, en de alinea staat in dat document op bytes 35769 tot 36872.