Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:866.

Wat betreft dit laatste, dus de weigering door de Ontvanger om ambtshalve tegemoet te komen aan dat verzoek van [eiseressen] tot vermindering van de betekeningskosten naar een bedrag van maximaal € 11.393,--, is het wel mogelijk om een actie (uit onrechtmatige daad) in te stellen bij de burgerlijke rechter, die dan fungeert als restrechter (ter verlening van aanvullende rechtsbescherming, waar de belastingrechter ter zake niet kan worden benaderd). Zoals het hof ook onderkent (in cassatie onbestreden) in rov. 3.5, waar het [eiseressen] ontvankelijk verklaart in hun vorderingen nu de beslissing van de Ontvanger tot afwijzing van hun verzoek is gebaseerd op zijn ambtshalve beoordeling van dat verzoek, speelt de onderhavige zaak zich af binnen dat kader. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 juli 1993 in een geval waarin, kort gezegd, een belastingschuldige haar beroep tegen door een waterschap opgelegde aanslagen introk, maar nadien verzocht om de aanslagen (die als gevolg van dat intrekken formele rechtskracht hadden verkregen) ambtshalve te verminderen, een benadering aangehouden die de burgerlijke rechter als restrechter aanzet tot passende terughoudendheid bij de te verrichten beoordeling ter zake. De Hoge Raad overwoog onder meer:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 521950b08c96ca178fcfb142184ffca9b20fc55f6ce64d718075f7b01e3ecf98, en de alinea staat in dat document op bytes 37865 tot 39288.