Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.29 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Het begrip ‘boedelschuld’ is in de Faillissementswet niet gedefinieerd. Blijkens de wetsgeschiedenis gaat het om schulden die een onmiddellijke aanspraak op de boedel geven en die daarom onmiddellijk uit de boedel moeten worden voldaan, zonder dat daarvoor verificatie nodig is. Over de grondslag van boedelschulden – met name buitenwettelijke – heeft van oudsher discussie bestaan. In het arrest [...] /Tideman q.q. uit 2013 heeft de Hoge Raad hiervoor een drieledige maatstaf geformuleerd, waarmee afstand werd genomen van het voordien in de rechtspraak gehanteerde ‘toedoencriterium’. Volgens deze maatstaf zijn boedelschulden slechts die schulden die een onmiddellijke aanspraak geven jegens de faillissementsboedel hetzij (i) ingevolge de wet, hetzij (ii) omdat zij door de curator in zijn hoedanigheid zijn aangegaan, hetzij (iii) omdat zij een gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 57697 tot 58967.