Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

In dit geval heeft het hof, met een beroep op de laatste volzin van rov. 3.7.3 zoals hierboven geciteerd, de schadevergoedingsvordering aangemerkt als boedelschuld. Geklaagd wordt dat deze kwalificatie om drie redenen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Ten eerste zou de in rov. 3.7.3 van het arrest [...] /Tideman q.q. geformuleerde regel onjuist zijn. Het middel bouwt hiermee voort op de daartegen gerichte kritiek die ik zojuist besprak. Ten tweede zou het hof hebben miskend dat die regel slechts betrekking heeft op het geval dat de curator de overeenkomst opzegt. Althans zou zonder nadere motivering niet in te zien zijn dat de opzegging van de Spaanse arbeidsovereenkomsten, waaraan de curator naar eigen zeggen ‘part noch deel’ had, op één lijn kan worden gesteld met een opzegging door de curator. Ten derde zou het bestreden oordeel strijdig zijn met de aan art. 40 Fw ten grondslag liggende belangenafweging, die niet kan worden doorbroken door middel van een voor faillissement overeengekomen ontslagvergoeding, aldus het middel onder verwijzing naar het in alinea 2.17 besproken arrest Papierfabrieken Van Gelder ( randnummer 2.11 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 62800 tot 64247.