Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Onder 1.5 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.
Bij vonnis van 13 september 2017 heeft de rechtbank Amsterdam de vorderingen van de werknemers afgewezen. Volgens de rechtbank is ingevolge art. 4 lid 1 van de hier toepasselijke Insolventieverordening (Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, hierna: IVO ) het Nederlandse insolventierecht bepalend voor de faillissementsrechtelijke kwalificatie van de vorderingen van de werknemers (rov. 4.2). Op grond van het Spaanse vonnis kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de werknemers en de gefailleerde (rov. 4.3). Ook naar Nederlands recht kunnen de werknemers niet als voormalige werknemers van de gefailleerde worden aangemerkt. Zij hebben dan ook geen aanspraak op loon of premieschulden jegens de boedel op grond van art. 40 Fw, en dus evenmin op enige ontbindingsvergoeding. Hun vorderingen kunnen hoogstens als concurrente vorderingen in het faillissement worden aangemerkt (rov. 4.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 13063 tot 14154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a | shasum -a 256