Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Art. 10 IVO bepaalt, bij wijze van uitzondering op voornoemde hoofdregel, dat de gevolgen van de insolventieprocedure voor ‘arbeidsovereenkomsten en arbeidsbetrekkingen’ uitsluitend worden beheerst door het recht van de lidstaat dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. Dit recht wordt de ‘ lex causae ’ genoemd (ook wel ‘ lex contractus ’ of ‘ lex laboris ’). Blijkens de considerans strekt deze uitzondering ter ‘bescherming van de werknemers en de arbeidsverhoudingen’ en bestrijkt zij meer in het bijzonder ‘de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting of de beëindiging van het dienstverband en de rechten en verplichtingen van elk van beide partijen uit hoofde van dat dienstverband’. Andere vragen met betrekking tot insolventie in een arbeidsrechtelijke context, zoals ‘de vraag of de vorderingen van werknemers door een voorrecht beschermd zijn, en welke rang dit voorrecht eventueel moet krijgen’, worden – conform de hoofdregel van art. 4 lid 1 IVO – beheerst door de lex concursus , aldus nog steeds de considerans.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 27601 tot 28930.