Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Art. 10 IVO bepaalt niet wat onder ‘arbeidsovereenkomsten en arbeidsbetrekkingen’ (in de Engelse taalversie: ‘ employment contracts and relationships ’) moet worden verstaan. Ook de considerans en het al genoemde ontwerprapport bieden hierover geen uitsluitsel. Wel vermeldt het ontwerprapport dat de rechtsbegrippen uit de verordening, behalve waar de verordening uitdrukkelijk verwijst naar het recht van de lidstaten, autonoom en uniform moeten worden uitgelegd, rekening houdend met de doelstellingen en het systeem van de verordening, de specifieke functie van die rechtsbegrippen binnen dat systeem en de algemene beginselen die zijn af te leiden uit alle nationale rechtsstelsels van de lidstaten. Een en ander is in lijn met de algemene beginselen van uitleg van Unierecht die het Hof van Justitie, ook in de context van de Insolventieverordening, hanteert. Tegen deze achtergrond wordt in de literatuur betoogd dat, met het oog op de vaststelling van het toepasselijke recht op grond van art. 10 IVO, een voorvraag (‘ preliminary question ’) moet worden beantwoord, te weten of naar communautair recht sprake is van een arbeidsovereenkomst of arbeidsbetrekking. Ook dit heeft het hof met juistheid (en in zoverre onbestreden in cassatie) vooropgesteld (rov. 3.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 30810 tot 32400.