Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Geklaagd wordt dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, omdat de door het hof als vaststaand aangemerkte feiten niet het oordeel zouden kunnen dragen dat sprake is van een ondergeschiktheidsrelatie tussen de werknemers en de gefailleerde ( randnummer 2.3 ). In verband hiermee zou ook ’s hofs voortbouwende oordeel in rov. 3.9, dat het achterstallig loon vanaf de faillissementsdatum ingevolge art. 40 lid 2 Fw als boedelschuld heeft te gelden, niet in stand kunnen blijven ( randnummer 2.4 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 38454 tot 39142.