Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Blijkens de wetsgeschiedenis berust art. 40 Fw – het samenstel van een laagdrempelige beëindigingsmogelijkheid voor de curator (lid 1) en een versterkte verhaalspositie voor de werknemers (lid 2) – op een belangenafweging , namelijk een afweging van enerzijds het belang van de betrokken werknemers (bij doorbetaling van hun loon) en anderzijds dat van de betrokken faillissementscrediteuren (bij een zo hoog mogelijke faillissementsopbrengst). Deze belangenafweging heeft de wetgever in abstracto gemaakt: voor een concrete beoordeling wiens belang onder de gegeven omstandigheden het zwaarst weegt, biedt de wettekst geen ruimte. In de vakliteratuur is wel gepleit voor een meer genuanceerde regeling, die ruimte biedt om rekening te houden met de mate waarin de boedel daadwerkelijk profiteert van de diensten van de betrokken werknemers (mede nu naar huidig recht de loonvordering al wordt gedekt door een garantiefonds). Naar geldend recht is dat geen relevant gezichtspunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 43647 tot 44870.