Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.
De regeling van art. 40 Fw is (evenals de verwante regeling van art. 39 Fw voor de beëindiging van huurovereenkomsten) exclusief in die zin, dat werknemers voor zichzelf geen sterkere verhaalspositie kunnen bedingen dan art. 40 Fw toelaat. Bedingen die een partij, in geval van een faillissement van haar wederpartij, aanspraak geven op schadevergoeding of een boete, kunnen volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet jegens de boedel worden ingeroepen, indien daarmee een ‘onaanvaardbare inbreuk’ wordt gemaakt op de bepalingen of het stelsel van de Faillissementswet. Illustratief is het arrest Papierfabrieken Van Gelder , waarin de Hoge Raad oordeelde dat de aan art. 40 Fw ten grondslag liggende belangenafweging niet kan worden doorbroken door een vóór de faillietverklaring met de gefailleerde gesloten overeenkomst (in dit geval een sociaal plan), die ertoe strekt om aan werknemers een bij voorbaat vastgestelde ontslagvergoeding toe te kennen in geval van beëindiging van hun arbeidsovereenkomsten wegens faillissement van de werkgever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 44950 tot 46283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a | shasum -a 256