Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.
De kwalificatie van loonvorderingen en premieschulden als boedelschuld in de zin van art. 40 lid 2 Fw heeft normaliter betrekking op een beperkte periode na de faillietverklaring. Ingevolge art. 40 lid 1 Fw heeft de curator immers in elk geval de mogelijkheid om tegen een termijn van zes weken de arbeidsovereenkomsten van werknemers van de gefailleerde te beëindigen. Dit laat onverlet dat, als de curator de arbeidsovereenkomsten (om wat voor reden dan ook) níet binnen deze opzegtermijn beëindigt, de desbetreffende loon- en premievorderingen op grond van art. 40 lid 2 Fw blijven gelden als boedelschuld tot aan de daadwerkelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomsten. In dit opzicht is minder juist ’s hofs overweging terzijde in de voorlaatste volzin van rov. 3.11, dat de schadevergoeding ingevolge art. 40 lid 1 Fw ‘beperkt is tot het loon gedurende zes weken’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 47723 tot 48683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a | shasum -a 256