Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

In dit geval heeft de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van de werknemers niet plaatsgevonden op grond van art. 40 lid 1 Fw, maar op grond van het Spaanse recht. Dat is in lijn met de regel dat de arbeidsrechtelijke gevolgen van het faillissement, waaronder een eventuele opzegging, door de lex causae worden beheerst (alinea 2.4). De atypische situatie doet zich voor dat de verhaalsregeling van art. 40 lid 2 Fw ‘geïsoleerd’ moet worden toegepast, los van de opzeggingsregeling van art. 40 lid 1 Fw, waarmee zij inhoudelijk verweven is. Deze atypische situatie is inherent aan het stelsel van art. 4 en 10 IVO. Ook in de vakliteratuur is gesignaleerd dat dit stelsel ertoe kan leiden dat buitenlandse werknemers ‘van twee walletjes’ eten, bijvoorbeeld doordat zij enerzijds profiteren van een langere opzegtermijn op grond van de lex causae en anderzijds van een gunstiger verhaalspositie op grond van de lex concursus .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 48763 tot 50011.