Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.

Ik kom nu toe aan een bespreking van de klachten. Geklaagd wordt dat de kwalificatie van de loonvordering als boedelschuld onjuist althans onbegrijpelijk is in het licht van de aan art. 40 Fw ten grondslag liggende belangenafweging. Volgens het middel veronderstelt art. 40 Fw dat de curator (i) de reële mogelijkheid heeft om van de diensten van de betrokken werknemers te profiteren en (ii) de bevoegdheid heeft om de omvang van de boedelschuld te beperken door de arbeidsovereenkomsten op de voet van art. 40 Fw op te zeggen ( randnummer 2.6 ). Aan deze voorwaarden zou in dit geval niet zijn voldaan, althans in elk geval niet voordat de Spaanse dochter op 19 november 2014 in staat van faillissement werd verklaard ( randnummer 2.7 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 52646 tot 53471.