Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:87.
Ook deze klachten acht ik ongegrond. Het hof heeft met juistheid overwogen dat de hoogte van de werknemersvorderingen, zoals toegewezen in het Spaanse vonnis op grond van het Spaanse recht (de toepasselijke lex causae ), in dit geding niet ter discussie kan staan. De kwalificatie van die vorderingen als boedelschuld op grond van het Nederlandse insolventierecht (de toepasselijke lex concursus ) ligt wel ter beoordeling voor, evenals de omvang van het beschermde bedrag, maar die kwalificatie vloeit voort uit art. 40 lid 2 Fw. Weliswaar brengt die kwalificatie in dit geval mee dat de boedelschuld zich uitstrekt over een langere periode dan (bij toepassing van art. 40 lid 1 Fw) gebruikelijk is (vgl. alinea 2.19), maar dat is inherent aan het stelsel van art. 10 IVO (vgl. alinea 2.20). De bestreden overwegingen van het hof zijn in dit licht niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a, en de alinea staat in dat document op bytes 55844 tot 56922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de902deb3473613cbb680bb0ac64a5250592aa1591e044c354135b4ff6b5142a | shasum -a 256