Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2021

Onder 5.51 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:98.

De omschrijving van afvalstoffen in art. 1.1 lid 1 Wm (“alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”) is bijna woordelijk overgenomen uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG). Het begrip afvalstof moet worden uitgelegd met inachtneming van de door het Hof van Justitie (hierna ook: HvJ) over dit begrip gevormde jurisprudentie. Volgens het Hof van Justitie moet het begrip afvalstoffen ruim worden uitgelegd. Of een stof een afvalstof is, moet worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Daarbij is vooral het gedrag van de houder in relatie tot de betekenis van de woorden "zich ontdoen van" relevant. In dit verband verdient bijzondere aandacht of de stof in kwestie voor de houder ervan geen nut heeft of meer heeft, zodat deze stof een last is waarvan hij zich wil ontdoen. Ook maatschappelijke opvattingen kunnen een aanwijzing zijn voor de kwalificatie als afvalstof. De toekomstige bestemming van een voorwerp of een stof is niet van invloed op het karakter van afvalstof van deze stof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85834e85477a80f5895ef3ec573f0c05c40b11a05a9caf65564c12655cdb8204. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85834e85477a80f5895ef3ec573f0c05c40b11a05a9caf65564c12655cdb8204, en de alinea staat in dat document op bytes 118933 tot 120581.