Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2022

Onder 5.5 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:100.

Was er in 2014 geen bestaansgrond meer voor art. 16a(1) Wet bpm, dan lijkt er voor zowel interne als grensoverschrijdende gevallen geen rechtvaardiging te bestaan voor het - alsdan kennelijk willekeurige - onderscheid tussen de belastingdruk op nieuwe discrepantie-auto’s en identieke nieuwe zelfde-jaar-auto’s, gegeven dat volgens uw rechtspraak (zie 4.5 en 4.6 hierboven) het voor de heffing van de bpm ter zake van nieuwe auto’s niet uitmaakt in welk jaar een auto is vervaardigd: een discrepantie-auto is voor de bpm-heffing gelijk aan een zelfde-jaar-auto als zij beide (nagenoeg) ongebruikt zijn en technisch (nagenoeg) identiek zijn. De leeftijd, het productiejaar, eventuele registratie(s) in een andere lidstaat, het verloop van de fabrieksgarantietermijn en eventuele schade (zonder op de weg te zijn geweest) zijn noch op zichzelf, noch tezamen grond voor het aannemen dat een auto niet meer nieuw is voor de heffing van bpm (zie HR BNB 2021/6 hierboven).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d2e91e6eab1dfdbdd51f02018ee169b3ef970d9f251c320fb4bd81973e60e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d2e91e6eab1dfdbdd51f02018ee169b3ef970d9f251c320fb4bd81973e60e0, en de alinea staat in dat document op bytes 89756 tot 90778.