Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1012.

Hierbij sluit de Hoge Raad aan bij de drie stappen die in de rechtspraak van het EHRM zijn geformuleerd, namelijk (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Daarbij merkt de Hoge Raad op dat deze drie beoordelingsfactoren in onderling verband staan en als het ware als communicerende vaten fungeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca8ee5fa293a7d7332ebc964678afa3f3c3d2dce7b1f5a867ed22068c9fb6872. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca8ee5fa293a7d7332ebc964678afa3f3c3d2dce7b1f5a867ed22068c9fb6872, en de alinea staat in dat document op bytes 92603 tot 93415.