Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1012.
De compenserende factoren komen nagenoeg overeen met de factoren die het hof in de hiervoor geciteerde zaak die ten grondslag lag aan het arrest van de Hoge Raad 25 mei 2021 in zijn overwegingen had betrokken. Volgens de Hoge Raad konden deze op zichzelf het oordeel niet dragen dat het gebruik van een verklaring van een niet-ondervraagde getuige voor het bewijs in overeenstemming is met het recht op een eerlijk proces zoals dat voortvloeit uit art. 6 EVRM. Had het hof in die zaak wel voldoende gemotiveerd vastgesteld dat er een goede reden voor het niet bieden van een ondervragingsmogelijkheid was, dan hadden deze compensatoire factoren wel afdoende kunnen zijn. Daarmee is echter de vraag nog niet beantwoord of deze compenserende factoren, ook in het geval dat de betrokken getuigenverklaring doorslaggevend is voor een bewezenverklaring, voldoende compenseren dat de verdediging zelf, ook niet indirect door het stellen van vragen via de verhoorders, in de gelegenheid is geweest de getuige te ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca8ee5fa293a7d7332ebc964678afa3f3c3d2dce7b1f5a867ed22068c9fb6872. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca8ee5fa293a7d7332ebc964678afa3f3c3d2dce7b1f5a867ed22068c9fb6872, en de alinea staat in dat document op bytes 102487 tot 103517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca8ee5fa293a7d7332ebc964678afa3f3c3d2dce7b1f5a867ed22068c9fb6872 | shasum -a 256