Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Onder 1.13 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:103.

Vervolgens heeft het hof de verweren van ATI c.s. behandeld. Voor zover in cassatie van belang, hebben ATI c.s. zich beroepen op het verstekvonnis van de rechtbank Tongeren van 23 mei 2011, waarin de vordering van ATI jegens ABC tot betaling van bepaalde bedragen op grond van nakoming van de investeringsovereenkomst is toegewezen. ABC is niet verschenen in die procedure en is niet in verzet of hoger beroep gekomen. Haar verzoek tot herroeping is door de Belgische rechter verworpen (rov. 6.22). Volgens het hof heeft het Belgische vonnis gezag van gewijsde en moet dit door de Nederlandse rechter worden erkend, maar het gezag van gewijsde staat niet in de weg aan de beslissingen in deze zaak over het bedrog, de onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. De procedure in België ging over de nakoming van de investeringsovereenkomst; het bedrog betreft een andere rechtsbetrekking die in die procedure niet aan de orde was. ATI c.s. hebben niets naar voren gebracht waaruit volgt dat deze rechtsbetrekking in de fase van de herroepingsprocedure op zodanige wijze onderdeel is geworden van de rechtsstrijd, dat de beslissingen van de Belgische rechter in de weg staan aan het oordeel dat het hof in dit arrest geeft (rov. 6.23).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 19772 tot 21018.