Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:103.
Anders dan het onderdeel in nr. 10 lijkt te betogen, behoefde het hof zich bij zijn oordeel of sprake is van een uitspraak in de zin van art. 3:300 lid 2 jo. 3:301 lid 1 BW niet te beperken tot de tekst van het dictum. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad dient het dictum te worden uitgelegd in het licht van en met inachtneming van de rechtsoverwegingen waarop het berust. Het oordeel van de rechtbank in rov. 2.16 van het vonnis van 6 september 2017 dat ATI ten tijde van de overdracht van de onroerende zaken aan ABC onbevoegd is vertegenwoordigd, impliceert dat de eigendom bij ATI is gebleven, zodat die eigendom niet meer bij akte behoeft te worden geleverd. De toestemming en handtekening van ABC waarvoor het vonnis van de rechtbank in de plaats treedt, kunnen daarmee niet worden beschouwd als een akte in de zin van art. 3:301 lid 1 BW, waarmee immers de leveringsakte wordt bedoeld. Het oordeel van het hof dat de in art. 3:301 lid 2 BW neergelegde eis van inschrijving van het hoger beroep niet geldt, getuigt daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting, zodat de klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 29173 tot 30348.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a | shasum -a 256