Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:103.

Nu vaststaat dat ATI c.s. een beroep hebben gedaan op het in Nederland erkende vonnis van de rechtbank Tongeren, diende het hof het gezag van gewijsde van dit vonnis te aanvaarden, tenzij zou komen vast te staan dat naar Belgisch recht het gezag van gewijsde van het vonnis een beperkte omvang zou hebben en niet zou gelden voor de in Nederland tussen dezelfde partijen aanhangig gemaakte procedure over de vernietiging van de investeringsovereenkomst wegens bedrog. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat het vonnis van de rechtbank Tongeren geen gezag van gewijsde heeft in de Nederlandse procedure, omdat het Belgische vonnis betrekking heeft op een andere rechtsbetrekking dan in de Nederlandse procedure aan de orde is, geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat de omvang van het gezag van het vonnis van de rechtbank Tongeren naar Belgisch recht is beperkt tot de procedure over de nakoming van de investeringsovereenkomst, is dit oordeel zonder nadere toelichting onbegrijpelijk. Voor het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU bestaat geen noodzaak, omdat sprake is van een ‘acte clair’. Ik kom tot de slotsom dat de klacht slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a98d1debcd5cbeb1085c4fef009f4254795dbb7d62eb947a21e400edc396e3a, en de alinea staat in dat document op bytes 37778 tot 38999.