Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1069.

(viii) [eiser] heeft in 2017 bij de rechtbank Overijssel een procedure aanhangig gemaakt tegen [het bouwkundig ontwerpbureau] , waarin hij aanspraak maakte op vergoeding van de door hem geleden schade vanwege de verzakkingen van de loods. Volgens [eiser] heeft [verweerder] in 2010 fouten gemaakt bij de statische berekeningen en is [het bouwkundig ontwerpbureau] op grond van art. 6:76 BW voor de fouten van haar hulppersoon [verweerder] aansprakelijk. [het bouwkundig ontwerpbureau] heeft [verweerder] in die procedure in vrijwaring opgeroepen. De rechtbank Overijssel heeft de vordering van [eiser] op [het bouwkundig ontwerpbureau] in haar vonnis van 29 augustus 2018 afgewezen, omdat [verweerder] geen hulppersoon van [het bouwkundig ontwerpbureau] is. Op 27 maart 2019 heeft die rechtbank de vrijwaringsvordering ook afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1, en de alinea staat in dat document op bytes 7951 tot 8798.