Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1069.
In het voorgaande ligt besloten dat voor een aanvang nemen van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW niet voldoende is dat de benadeelde in staat is om een stuitingshandeling te verrichten. De verjaring stuiten zal hij in het algemeen spoedig kunnen, namelijk zodra hij zich maar de mogelijkheid van schade realiseert, alsook de mogelijkheid dat een bepaalde persoon daarvoor aansprakelijk is. Dat in staat zijn om een stuitingshandeling te kunnen verrichten inderdaad onvoldoende is, volgt reeds uit de tekst van de wet, maar past mijns inziens ook bij de billijkheid die met de korte verjaringstermijn wordt gediend (naast de rechtszekerheid). Van de benadeelde wordt terecht niet een maximale assertiviteit gevergd. Hoewel hij een stuitingshandeling kán verrichten als hij zich de mogelijkheid van schade realiseert en de mogelijkheid dat een bepaalde persoon aansprakelijk is, behoeft hij dat niet. Hij mag daarmee wachten tot hij voldoende zekerheid heeft. Dat is een alleszins redelijke opstelling, die in het belang is van goede verhoudingen tussen de betrokkenen. Met dit laatste heb ik niet alleen de waarde van beleefdheid en wellevendheid op het oog: ook vergroten goede verhoudingen de kans dat partijen minnelijk een oplossing bereiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1, en de alinea staat in dat document op bytes 17303 tot 18644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1 | shasum -a 256