Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1069.

Volgens het hof verkeerde [eiser] dus niet in onzekerheid over de vraag wie de eventueel aansprakelijke persoon was, [verweerder] , dan wel in plaats daarvan [het bouwkundig ontwerpbureau] of [het bouwbedrijf] . Of dit oordeel ook begrijpelijk is, is met de rechtsklacht van het onderdeel nog niet aan de orde. Volgens het hof wist [eiser] dat voor zover de verzakking van de vloer verder zou gaan dan volgens wat normaal is (en er dus van een gebrek sprake zou zijn) [verweerder] aansprakelijk was. Het slot van rechtsoverweging 4.7 (‘of één van de aansprakelijke personen’) laat wel de mogelijkheid open dat naast [verweerder] er nog andere aansprakelijke personen zouden kunnen zijn, maar niet dat [verweerder] niet aansprakelijk zou zijn. Het hof is dus niet uitgegaan van een bij [eiser] bestaand vermoeden omtrent de identiteit van [verweerder] als de aansprakelijke persoon, maar van bij [eiser] daaromtrent bestaande zekerheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de6dde1d3d0a42fbe9a0f2dc54c36f5cf058d3dd905ea4d45c8f5b3109f5ecd1, en de alinea staat in dat document op bytes 24235 tot 25260.