Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:112.

31. Dan de tweede klacht, die is gericht tegen de beslissing van het hof om de vordering van de benadeelde partij voor het overige af te wijzen in plaats van niet-ontvankelijk te verklaren. Aangevoerd wordt dat het hof de benadeelde partij de mogelijkheid heeft ontnomen om de rest van zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen door de vordering voor het overige af te wijzen wat niet aanvaardbaar is vanwege het ontbreken van een afgewogen en afdoende inhoudelijke beoordeling van de vordering. Het hof had tenminste moeten motiveren waarom een lager bedrag is toegewezen, zeker nu het hof “slechts minder dan de helft van het gevorderde bedrag heeft toegewezen”. Volgens de steller van het middel heeft ook in eerste aanleg “er kennelijk geen volledige inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden” zoals blijkt uit “de niet-ontvankelijkverklaring van ruim 85 % van de smartengeldvordering” door de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83, en de alinea staat in dat document op bytes 43551 tot 44493.