Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:112.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep over de toedracht van het incident, kort samengevat en voor zover hier van belang, het volgende verklaard. Toen de verdachte de woning van de aangever wilde verlaten heeft de aangever hem met de vuist tegen het hoofd geslagen en gezegd dat de verdachte niet weg mocht gaan. Vervolgens heeft de verdachte even op de bank in de woonkamer gezeten. Terwijl de aangever in gesprek was met de getuige [betrokkene 1] is de verdachte naar de keuken gegaan en heeft hij daar een mes gepakt, met de bedoeling om de aangever eventueel daarmee af te dreigen, zodat hij het huis van aangever zou kunnen verlaten. Toen de verdachte met het mes in de hand richting de voordeur liep, heeft de aangever hem wederom met de vuist tegen het hoofd geslagen. De aangever bleef daar maar mee doorgaan. Volgens de verdachte vreesde hij op dat moment bij elk van deze klappen dat het een fatale zou kunnen zijn, aangezien zijn schedel wegens reeds bestaand letsel kwetsbaar was, en heeft hij daarom uit paniek de aangever met het mes gestoken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83, en de alinea staat in dat document op bytes 14180 tot 15266.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83 | shasum -a 256