Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:112.

10. Uit het middel blijkt dat de steller van het middel de verklaring die de getuige [betrokkene 1] heeft afgelegd, anders waardeert dan het hof. Dat maakt de motivering van de verwerping door het hof van het verweer waarop het middel betrekking heeft echter niet onbegrijpelijk. De selectie en waardering van de verklaring die [betrokkene 1] heeft afgelegd, is aan de rechter die over de feiten oordeelt. Door voor het bewijs een ander deel van de verklaring van de getuige te gebruiken dan waarop de steller van het middel een beroep doet, heeft het hof die getuigenverklaring niet gedenatureerd, zoals wordt aangevoerd. Het hof heeft in de verklaringen van [betrokkene 1] geen ondersteuning voor het standpunt van de verdachte gelezen “dat de aangever de verdachte meermalen met de vuist tegen het hoofd heeft geslagen nadat de verdachte het mes had gepakt”. Verder kan ik niet inzien dat het hof de last tot het aannemelijk maken van de feitelijke grondslag van het beroep dat is gedaan op (putatief) noodweer(exces) uitsluitend op de verdachte heeft gelegd, door de verklaring van de getuige op dat onderdeel anders te waarderen dan de steller van het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83, en de alinea staat in dat document op bytes 20487 tot 21796.