Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:112.

18. Tegen de motivering van de door het hof opgelegde gevangenisstraf voert de steller ook nog als bezwaar aan dat het “een aanzienlijk hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het feit” heeft opgelegd dan de rechtbank waarbij het hof “onvoldoende (duidelijk) heeft gemotiveerd [wat de] welke bijzondere belangen” daarvoor zijn geweest. Ik stel vast dat het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf in hoger beroep inderdaad meer dan verdubbeld is, te weten van veertien maanden naar drie jaren. Het opleggen van een aanzienlijk hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de rechtbank vereist echter als zodanig geen nadere motivering dus ook geen door de steller van het middel verlangde “bijzondere belangen”. De afwijking door het hof van de door de rechtbank opgelegde straf wekt vooral geen verbazing gelet op de strafeis van de advocaat-generaal bij het hof. De advocaat-generaal heeft immers gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot “gevangenisstraf/ plaatsing in een tuchtschool voor de duur van 4 jaar” met aftrek van voorarrest, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met de oplegging van bijzondere voorwaarden. Het hof heeft de straf zoals door de advocaat-generaal in hoger beroep was gevorderd, gevolgd. De raadsman is ter terechtzitting in de gelegenheid geweest zich uit te laten over de door de advocaat-generaal gevorderde straf in verhouding tot de door de rechtbank opgelegde straf. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 8 december 2020 houdt in dat de raadsman in reactie op de vordering een beroep op strafuitsluitingsgronden heeft gedaan dat bij de bespreking van het eerste middel aan de orde is geweest. Voor zover dat blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting heeft de raadsman met betrekking tot de op te leggen straf het volgende aangevoerd: “mocht er sprake zijn van strafbaarheid, dan vraag ik om de op te leggen straf gelijk te laten zijn aan die van de rechtbank.” Gelet op de door de advocaat-generaal gevorderde straf en de wijze waarop de raadsman een op te leggen straf heeft bepleit, was het hof niet gehouden deze nader te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 775bf1cb8df00c0a0bc3ed73b2e80f4701e6cfe93f1b0871ed1146c6119b1a83, en de alinea staat in dat document op bytes 29670 tot 31988.