Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1148.
[verweerder] heeft in zijn verweerschrift geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [eiser 2] in zijn cassatieberoep wegens overschrijding van de cassatietermijn. [verweerder] voert aan dat [eiser 2] met de constatering van het hof op 2 december 2014 dat de procedure op grond van art. 29 Fw is geschorst, buiten het geding is geplaatst en dat dit oordeel jegens [eiser 2] heeft te gelden als een einduitspraak, waartegen hij binnen drie maanden een rechtsmiddel had moeten aanwenden, hetgeen hij heeft nagelaten. [verweerder] wijst ter onderbouwing van dit betoog op een arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2020. In dat arrest heeft de Hoge Raad de beslissing van de rechter dat een curator het geding op grond van art. 27 Fw heeft overgenomen van de gefailleerde, waardoor laatstgenoemde buiten het geding is gesteld, als een einduitspraak jegens de gefailleerde aangemerkt, waartegen hij een rechtsmiddel moet aanwenden binnen de daarvoor geldende termijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee52f3bec94439f265891bfa9075d305360282e12b8d5272085d197ded1b34fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee52f3bec94439f265891bfa9075d305360282e12b8d5272085d197ded1b34fc, en de alinea staat in dat document op bytes 14944 tot 15993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee52f3bec94439f265891bfa9075d305360282e12b8d5272085d197ded1b34fc | shasum -a 256