Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1149.

Er is geen grond aan te wijzen waarop het hiervoor in 3.24 vermelde anders zou zijn jegens de betrokken gemeente als deze de eigenaar is van het goed. Ook jegens de gemeente als eigenaar van een goed geeft het bestemmingsplan immers geen aanspraak op gebruik daarvan overeenkomstig de planologische bestemming, ook al ligt het uiteraard voor de hand dat de gemeente normaal gesproken zal streven naar en dus zal meewerken aan de verwerkelijking daarvan. In dit verband kan een vergelijking worden gemaakt met de huisvestigingsvergunning en de legale standplaats waar het over ging in het arrest Heerde/ […] . De Hoge Raad overwoog in dat arrest dat de verkrijging van een huisvestingsvergunning niet jegens de eigenaar een recht geeft om de betrokken woonruimte in gebruik te nemen, ook niet wanneer de gemeente eigenaar is van die woonruimte. De zaak ging over het innemen van een standplaats met een woonwagen op een daartoe bestemd gemeentelijk woonwagencentrum. Het innemen van zo’n standplaats wordt in de Huisvestigingswet aangemerkt als het in gebruik nemen van woonruimte. De Hoge Raad overwoog uiteindelijk dat de gemeente gebruik kan maken “van aan haar eigendomsrecht verbonden bevoegdheden ten aanzien van een woonwagen die zonder privaatrechtelijke of publiekrechtelijke toestemming op een aan de gemeente in eigendom toebehorende, legale standplaats staat”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29, en de alinea staat in dat document op bytes 65560 tot 67080.