Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1149.

Ik heb mij afgevraagd of een publiekrechtelijke toestemming intussen niet volgt uit de hiervoor in 3.5 genoemde – door het hof onvermeld gelaten – Schepenverordening Kaag en Braassem 2009, dat in art. 7 lid 2 een algehele vrijstelling bevat voor het liggen met een woonschip op een plaats waar het bestemmingsplan dat toestaat. Die vrijstelling zou mogelijk wel kunnen worden opgevat als een toestemming. Uit art. 13 van de verordening blijkt echter dat de voornaamste weigeringsgrond voor een ligplaatsvergunning op grond van de verordening is dat het woonschip belemmeringen veroorzaakt voor het verkeer op het water. Een meer omvattende afweging, die ook te betrekken valt op het gebruik van de zaak dat in beginsel is voorbehouden aan de eigenaar – bij openbaar water dus beperkt tot het bijzonder gebruik –, en op alle bij en met het eigendomsrecht betrokken of te behartigen belangen, kan daarin niet worden gelezen. Dat een meer omvattende toestemming niet is bedoeld, blijkt denk ik al uit het gegeven dat de gemeente blijkens de vaststaande feiten een huurovereenkomst pleegt aan te gaan met degene die op gemeentegrond een ligplaats wil innemen (de gemeente heeft met [verweerder] geen huurovereenkomst willen sluiten; zie hiervoor in 2.1 onder (iv)). Ook in zoverre is dus van een toestemming tot het gebruik van het waterperceel die mede het gebruik van de eigendom van de gemeente omvat, geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29, en de alinea staat in dat document op bytes 70069 tot 71503.