Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1149.

In rov. 8.6.6 lijkt het hof zichzelf twee keer tegen te spreken. Eerst zegt het hof dat de gemeente met de uitoefening van haar eigendomsrecht niet opkomt voor haar eigen belangen, maar van die van de eigenaar van de aanpalende grond, daarna herhaalt het zijn vaststelling van rov. 8.5 dat het feitelijk belangen van ruimtelijke ordening of volkshuisvesting zijn die de gemeente wil dienen (wat, voor zover het gaat om de gemeente, belangen van de gemeente zijn, en geen belangen van de eigenaar van de aanpalende grond). Kennelijk ziet het hof dus de belangen van de eigenaar van de aanpalende grond en die van ruimtelijke ordening als (in dit geval) identiek. Een en ander voert het hof in rov. 8.6.6 tot de slotsom dat ‘onder die omstandigheden’ – kennelijk dus: nu het de gemeente gaat om genoemde belangen – de gemeente misbruik van bevoegdheid maakt door geen toestemming voor het gebruik van het waterperceel te verlenen en de verwijdering van de woonark na te streven. Van enig zwaarwegend belang dat haar handelen rechtvaardigt, is volgens het hof niet gebleken. Deze oordelen herhaalt het hof bij zijn slotsom in rov. 8.8.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29, en de alinea staat in dat document op bytes 38059 tot 39212.