Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1149.

Er is de nodige rechtspraak die erop neerkomt dat indien de overheid eenmaal publiekrechtelijke toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn eigendom, hij niet meer zijn privaatrechtelijke toestemming daarvoor kan weigeren. Dit was onder meer (tevens) aan de orde in het al genoemde arrest Staat/Windmill en het arrest Den Haag/Staat. In beide zaken ging het de Staat om een vergoeding voor het gebruik van zijn eigendom (openbare wateren), terwijl betrokkene al een publiekrechtelijke vergunning had voor de betrokken lozingen c.q. stortingen daarin. Het door het hof in rov. 8.7 genoemde arrest Hoogheemraadschap Rijnland/ […] heeft de noodzakelijke verduidelijking gebracht in het waarom van deze beslissingen. Blijkens dit arrest is voor het antwoord op de vraag of na een publiekrechtelijke toestemming tot gebruik van de overheidseigendom nog plaats is voor weigering van de privaatrechtelijke toestemming beslissend of, gelet op inhoud en opzet van de betrokken publiekrechtelijke regeling, de verleende vergunning ook toestemming voor het aan de orde zijnde gebruik van de overheidseigendom impliceert. Zo ja, dan kan dat gebruik niet meer op grond van het eigendomsrecht worden geweigerd, althans alléén worden geweigerd om redenen die niet al in de publiekrechtelijke toestemming waren verdisconteerd. De arresten Windmill en Den Haag/Staat vallen aldus (goed) te begrijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29, en de alinea staat in dat document op bytes 49273 tot 50937.