Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1149.
Hoe dan ook, het oordeel in het citaat uit rov. 3.4.1 lijkt me onjuist. In eerste plaats ontbreekt enige uitleg waarom de gemeente, ‘nu zij aan […] een publiekrechtelijke vergunning heeft verleend tot het innemen van een staanplaats op de locatie waarvan de Gemeente eigenaar is, bij de uitoefening van haar bevoegdheid als eigenaar van de desbetreffende grond tot het al of niet verlenen van privaatrechtelijke toestemming, tot uitgangspunt heeft te nemen dat […] door de verlening van de vergunning is gerechtigd tot het gebruik van de locatie overeenkomstig de vergunning’. De overweging suggereert dat dit steeds zo is en niet slechts in de gevallen waarin dat volgt uit hetgeen in het arrest Hoogheemraadschap Rijnland/ […] is overwogen, wat ook hetgeen is dat volgt uit de arresten Staat/Windmill en Den Haag/Staat en dat hiervoor in 3.19 en 3.20 is vermeld. Mij lijkt dat bij het neerschrijven van deze overweging niet is onderkend hoe algemeen deze luidt. Het lijkt me aannemelijk dat slechts is gedacht aan laatstgenoemde gevallen, waarin de publiekrechtelijke toestemming in beginsel ook de privaatrechtelijke toestemming impliceert, zoals in het arrest speelde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29, en de alinea staat in dat document op bytes 60275 tot 61508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e385bee86e87ffc23e171544b74a2b8b583142aeb96553c60c1baa3eada26f29 | shasum -a 256