Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022

Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:14.

Subonderdeel 3f keert zich tegen de overweging van het hof in rov. 3.11 dat de strekking van het arrest van uw Raad van 2 december 2016 niet meebrengt dat in de onderhavige zaak de curator de vaststelling van de omzetbelasting namens de vennootschappen zou kunnen aantasten met een beroep op feiten en omstandigheden die niet zijn betrokken in die vaststelling. Het subonderdeel klaagt in de eerste plaats dat het hof daarmee uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, als het hof heeft geoordeeld dat [eiser] , om zich tegen de Peeters/Gatzen-vordering te kunnen verweren, namens de betrokken vennootschappen de aanslag zou moeten kunnen aantasten. Voorts wordt geklaagd dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, als het hof heeft geoordeeld dat het [eiser] er (juist) om te doen zou zijn namens de vennootschappen de formele rechtskracht van de aanslagen te kunnen aantasten . [eiser] heeft dit niet gesteld en de inzet van de procedure was of [eiser] zelf, ter afwering van de tegen hem ingestelde Peeters/Gatzen-vordering, de juistheid van de belastingaanslagen aan de rechter ter beoordeling voor kon leggen, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e, en de alinea staat in dat document op bytes 56592 tot 58038.