Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022
Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:14.
De Invorderingswet 1990 (hierna: Iw 1990 ) bevat bepalingen op grond waarvan de Ontvanger derden persoonlijk aansprakelijk kan stellen voor (een deel van) een door een belastingschuldige onbetaald gelaten belastingschuld. Art. 49 lid 1 Iw 1990 bepaalt dat een dergelijke aansprakelijkstelling moet geschieden door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking. Het bezwaar kan zowel gericht zijn tegen de aansprakelijkheid op zich als tegen de onderliggende belastingaanslag(en). Op grond van art. 49 lid 7 Iw 1990 kan een bezwaar tegen een aansprakelijkstelling echter geen betrekking hebben op feiten of omstandigheden die van belang zijn geweest bij de vaststelling van een belastingaanslag en ter zake waarvan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan. De bepaling geeft dus een zekere ‘formele rechtskracht’ in de richting van een aangesproken derde van de in rechte vastgestelde belastingschulden van een vennootschap. In de literatuur is kritiek geuit op deze bepaling; de aansprakelijkgestelde zou de dupe worden indien de belastingschuldige niet optimaal heeft geprocedeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e, en de alinea staat in dat document op bytes 63995 tot 65396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e | shasum -a 256