Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022
Onder 3.33 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:14.
In de zaak die leidde tot het arrest van uw Raad van 2 december 2016 ( X/Staatssecretaris van Financiën ) was een bestuurder en enig aandeelhouder van een BV door de Ontvanger aansprakelijk gesteld voor een door de BV onbetaald gelaten naheffingsaanslag. De BV had zelf beroep ingesteld tegen deze naheffingsaanslag, welk beroep door de rechtbank (in een onherroepelijk geworden uitspraak) ongegrond was verklaard. Uw Raad oordeelde, onder verwijzing naar de totstandkomingsgeschiedenis van art. 49 lid 7 Iw 1990, dat deze bepaling er niet aan in de weg staat dat de aansprakelijk gestelde bestuurder in een procedure betreffende een beschikking tot aansprakelijkstelling voor een belastingaanslag feiten en omstandigheden betreffende die aanslag aanvoert die niet eerder aan de belastingrechter zijn voorgelegd of waarover die rechter geen onherroepelijke uitspraak heeft gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e, en de alinea staat in dat document op bytes 65460 tot 66452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e | shasum -a 256