Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:14.

Herroeping is een door de rechtvaardigheid gevorderd laatste correctiemiddel op de uit de eis van rechtszekerheid voortvloeiende, ten slotte aan rechterlijke uitspraken verbonden onaantastbaarheid. De rechtszekerheid vordert dat een uitspraak op enig moment – met name als er geen gewone rechtsmiddelen meer openstaan – voor partijen bindend moet zijn ( lites finiri oportet ). De rechtvaardigheid stelt daartegenover dat een uitspraak ook dan slechts met een dergelijke binding mag worden bekleed, indien deze niet voor een der partijen ten onrechte op enig punt nadelig is gewezen of tot stand gekomen. Niet elke onrechtvaardigheid kan echter aanleiding zijn de verworven bindende kracht te doorbreken. Het moet gaan om ernstige inbreuken op de rechtvaardigheid. Dit is niet het geval als de klagende partij in het omstreden geding voldoende gelegenheid heeft gehad ter zake verweer te voeren en – zo nodig – bewijs te leveren, maar dit niet is gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77adcc86001522ae73387842f57b8096d1cc3398998201beb3fc2bc347b9194e, en de alinea staat in dat document op bytes 18394 tot 19467.