Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 6.9. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:16.

De zaak van het hof Arnhem toont gelijkenissen met de onderhavige zaak. In de onderhavige zaak oordeelde het hof immers eveneens dat de directe confrontatie van de benadeelde partij [betrokkene 1] erin was gelegen dat zij haar man enkele uren nadat hij was neergeschoten in het ziekenhuis op de intensive care heeft gezien nadat hij geopereerd was en dat dit, gelet op de foto’s in het dossier van hoe het slachtoffer er toen bijlag, volgens het hof zeer confronterend was. Het hof is op basis hiervan tot het oordeel gekomen dat er sprake is van een directe confrontatie met de ernstige gevolgen van het tenlastegelegde. Dat oordeel is, in het licht van hetgeen door de benadeelde partij is aangevoerd, niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Dat deze confrontatie zich afspeelde uren nadat het tenlastelegde heeft plaatsgevonden en zij zelf naar het ziekenhuis is gegaan, zoals door de steller van het middel is aangevoerd, doet aan dit oordeel niet af. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt immers dat de confrontatie ook kan plaatsvinden (kort) nadat de gebeurtenis die tot de dood of verwonding van een ander heeft geleid, heeft plaatsgevonden. Ook een confrontatie die enkele uren na het tenlastegelegde feit heeft plaatsgevonden, kan dus aanleiding geven tot het toewijzen van shockschade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd85ceaff7046fc8056660086b4f7af301c89e671d3d2776ebf64b1323e779c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd85ceaff7046fc8056660086b4f7af301c89e671d3d2776ebf64b1323e779c8, en de alinea staat in dat document op bytes 132659 tot 134055.