Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 6.18. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:16.

De civiele kamer van de Hoge Raad heeft beslist dat in het geval de rechter de schade begroot op een gekapitaliseerd bedrag ineens ter zake van toekomstige schade, deze schade geacht moet worden te zijn geleden op de bij deze kapitalisering tot uitgangspunt genomen peildatum. Deze wijze van schadebegroting strekt ertoe de benadeelde ter vergoeding van zijn schade een zodanig bedrag ineens toe te kennen dat dat, hem op de peildatum uitbetaalde, bedrag inclusief het daarover na de peildatum te realiseren rendement, toereikend zal zijn voor de betaling van alle toekomstige schadeposten. Indien dit bedrag eerst na de peildatum aan de benadeelde wordt uitgekeerd lijdt hij dus, door gemis aan rendement, nadeel dat door betaling van wettelijke rente behoort te worden vergoed. De rechter heeft bij het begroten van de schade de vrijheid om de geleden en te lijden schade te kapitaliseren in een bedrag ineens naar een peildatum die – al dan niet geruime tijd – voor zijn uitspraak ligt. Ook bij een dergelijke wijze van begroting blijft het uitgangspunt dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk is de werkelijk geleden en te lijden schade wordt begroot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd85ceaff7046fc8056660086b4f7af301c89e671d3d2776ebf64b1323e779c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd85ceaff7046fc8056660086b4f7af301c89e671d3d2776ebf64b1323e779c8, en de alinea staat in dat document op bytes 149029 tot 150328.